Hassetsu

In kyudo bestaat het totale schot uit acht fasen, de Hassetsu. Deze fasen kunnen worden gezien als bouwstenen voor de opbouw van een correct schot. Als alle bouwstenen op de juiste manier worden gestapeld, zal de pijl trefzeker het doel raken.


Als iemand begint met Kyudo dan leert hij of zij eerst de acht fasen waaruit het schot is opgebouwd, de HASSETSU. Deze acht fasen zijn van essentieel belang, het bepaalt de kwaliteit van het schot. De acht fasen kun je zien als bouwstenen, de goede uitvoering van elke fase is van belang voor de volgende fase. Alleen het juist stapelen van de fasen kan resulteren in een goed schot met een treffer als gevolg. Hierbij is van belang dat de tenen op de lijn van het doel staan, de heupen daar recht boven en de schouders daar weer recht boven met de ruggegraat als verticale as. Het richten op het doel gebeurt dus niet door met de ogen de pijl te richten, of met hulpmiddelen zoals vizier, maar door de juiste positionering van het lichaam. Het oefenen van deze techniek tot het moment waarbij een redelijke stabiliteit is verkregen zodat voor de Mato, doel op 28 meter, geschoten kan worden neemt ongeveer een jaar in beslag. Tot die tijd staat de beginnend Kyudoka te oefenen voor de Makiwara,de strobaal op twee en een halve meter afstand.


Ashibumi
Het uitstappen waarbij de voeten in een hoek van 60° op lijn van het doel worden geplaatst en de voeten bijna een pijllengte (yazuka) uit elkaar worden gezet.


Dozukuri
Het positioneren van het lichaam waarbij het van belang is dat de heupen in lijn met de voeten staan en de schouders in lijn met de heupen. De ruggegraat is hierbij de verticale as (Sanjujumonji). Het bovenlichaam is ontspannen de heupen iets naar voren gekanteld de nek strekt zich naar boven en de energie wordt geplaatst in de Tanden, het centrum van het lichaam.


Yugamae
In deze fase wordt eerst de rechterhand (Torikake) op de pees geplaatst en daarna de linkerhand (TenouchiI) op de boog.


Uchiokoshi
Dit is het heffen van de boog waarbij de armen uitgestrekt worden tot 45° boven het lichaam. Hierbij is het van belang dat de positie van het lichaam niet veranderd.


Hikiwake

Het trekken van de boog, de eerste fase van het trekken heet Daisan of Ukewatashi, de voorarm wordt uitgestrekt richting doel en de rechter arm volgt ontspannen,de boog blijft boven het hoofd. In het tweede deel wordt de boog uitgetrokken, dit gebeurt door de ellebogen van elkaar te duwen waarbij het schoudergewricht als steunpunt wordt gebruikt.


Kai
het beheersen van de energie en het vergroten van de trekspanning in de boog door het openen van de borst en het houden van de vijf kruisen (Nobiai). Juiste balans waarbij de positie van botten en energie correct zijn (Tsumeai). belangrijk hierbij is dat de opbouw van de energie niet boven de 98% uitkomt, de 100% bewaren we voor de volgende fase.


Hanare
Het lossen van de pijl. Door het werken naar de 100% in deze fase is het lossen van de pijl tot stand gekomen vlak voor het moment van optimale energie wat het mogelijk maakt de pijl een maximum aan energie mee te geven wat een krachtige los tot gevolg heeft.


Zanshin
Het blijven van lichaam en geest. Dit wordt Dit wordt afgesloten met het terug brengen van de boog (Yudaoshi).